Regie
Frans Leidelmeijer, Bie Muusze
Herkomst
Nederland
Gesproken taal
Nederlands
Lengte
72 minuten
Jaar
2026
Vraag iemand mee

Verwacht

do 23 apr 2026

Aan het eind van de 19e eeuw kreeg men na 350 jaar kolonisatie pas oog voor de cultuur van Nederlands-Indië in het kielzog van de internationale trend voor niet-westerse culturen als reactie op de industriële revolutie. Als gevolg hiervan werd rond 1900 de batiktechniek door Nederlandse kunstenaars overgenomen. Na de restauratie van de boeddhistische tempel de Borobodur op Java, die van 1907-1911 duurde, kreeg men belangstelling voor de tempelarchitectuur van de kolonie, dus ook voor de hindoeïstische tempel de Prambanan die niet ver van de Borobodur staat. De theosofische architect Karel de Bazel liet zich in z’n gebouw voor de Nederlandse Handelmaatschappij door beide tempels inspireren. Het werd dan ook wel de geldtempel genoemd.

Amsterdamse School architecten van het eerste uur Jo van der Mey, Michel de Klerk en Piet Kramer lieten zich in hun bouwwerken ook door beide tempels inspireren zoals o.a. door de vorm van de stupa’s van de Borobodur en de kala kop die zich boven de ingang van een hindoeïstische tempel bevindt.

In hun beginjaren werkte dit drietal voor het architectenbureau van Eduard Cuypers, die begeesterd was door de cultuur van Indonesië en daar ook een architectenbureau had. Hij gaf het blad Nederlands Indië oud en nieuw uit, waarin veel aandacht werd besteed aan Indonesische cultuur. De bibliotheek van het bureau in Amsterdam bevatte veel literatuur over de kunst en architectuur van de archipel, waarin zijn werknemers veel gebruik van maakten. Naast tempelarchitectuur was de inheemse architectuur van de Toba Bataks en de Minangkabau op Sumatra met hun opmerkelijke daken, ook een belangrijke bron van inspiratie voor de Amsterdamse School architecten die ze toepasten in hun gebouwen maar ook in hun toegepaste kunst.