Onze programmeur, Paul Hegeman, heeft zich ten doel gesteld het filmhart van de Cinebergen bezoeker in deze onwerkelijke tijd warm te houden. Dit zal hij doen in de vorm van een column.

Bergen, een waar cultureel dorp (29 mei 2020)
Is er zoiets als een cultureel dorp? Bergen wordt alom als zodanig geafficheerd. Dat was al het geval toen ik me een dikke 25 jaar geleden hier vestigde, omdat het leven met kinderen doorgaans beter uitpakt in een rurale omgeving dan in de stad. Lange tijd was het nog wel aarzelen tussen ’t Gooi, wat gezien mijn werk als programmamaker voor de omroep meer opportuun was of een terugkeer naar mijn wortels in Noord-Holland. Geboren in Alkmaar hadden mijn ouders al snel de wijk genomen richting Amsterdam en Utrecht.


De band met Noord-Holland onderhield ik gedurende mijn tienerjaren evenwel door in de zomer mijn oom Willem te assisteren in zijn postzegelwinkel in de Koorstraat in Alkmaar. De winkel staat er nog immer, heeft blijkbaar het eeuwige leven. Afgezien van mijn bioscoopbezoekjes had ik weinig of niets met de kaasstad en nam ik elke gelegenheid te baat om richting Bergen te fietsen. Niet zozeer voor de bijzondere attracties. Veel meer dan de plaatselijke danstent op ’t Plein en de minigolfbaan had het dorp in mijn herinnering niet te bieden. Goed, ik had vaag vernomen dat Bergen een welbekend kunstenaarsdorp was, maar die reputatie moest ze dan wel ontleend hebben aan haar culturele verleden. Of wellicht aan het feit dat menig artistiek ingesteld persoon zich maar al te graag liet laven aan de inderdaad bijzondere combinatie van polder, bos en zee. Maar niet bepaald aan de culturele faciliteiten die het dorp rijk was. Het museum, zo het er al was, lag er ingeslapen bij, de filmprojector in de Rustende Jager spuwde belegen commercieel werk uit. Een deugdelijk podium voor theater of muziek was er evenmin. Geen idee of de Ruïnekerk al concerten organiseerde. Nee, de cultuur was vooral geënt op een verleden waarin de Bergense School een centrale plaats innam, en waarvan het KCB en de Kunst10daagse afgeleiden waren. En het fraaie dorp, in de luwte van de Randstad, bleef uiteraard kunstenaars van diverse gezindten trekken.
We maken een sprong in de tijd naar de weken voor de uitbraak van het coronavirus. Cinebergen, Nederlands fraaist gelegen filmtheater, heeft de beste maanden uit haar geschiedenis achter de rug. Kranenburgh staat er stralend bij, is een regionaal museum van allure geworden. In de Ruïnekerk worden fraaie concerten georganiseerd. De banden met de roemruchte historie – KCB, Erfgoed, Abdij van Egmond etc. – zijn onverminderd sterk.
En toch bleef ik me – te vaak – afvragen of het niet allemaal wat beter kon, of dit nou echt een onvervalst kunstenaarsdorp was of eerder een vrijplaats voor welgestelden in vermomming. Geloof het of niet, het heeft er veel weg van dat in deze coronacrisis de schellen van m’n ogen zijn gevallen. Dat ik plotseling in onze dorpsgemeenschap overal artistiek geïnspireerde mensen zie opduiken en initiatieven ontwaar die getuigen van een liefde voor cultuur en saamhorigheid, welke haaks staat op de neoliberale ongelijkheid waarmee de valse profeten van onze wereld ons wellicht ook na deze crisis weer zullen opzadelen. Neem alleen al het hartverwarmende cultureel magazine dat door het Cultureel Bergens Platform uit de grond is gestampt. De onderwerpkeuze, die echt alle artistieke disciplines omvat, van architectuur tot poëzie, van muziek tot film, van beeldende kunst tot theater, zou beslist niet misstaan op de publieke omroep. En dan te bedenken dat alle protagonisten enkel en alleen uit onze omgeving afkomstig zijn. Zo komt de poppenspeelster Ila van der Pouw uit Schoorl. Samen met haar man Rob Bloemkolk maakt zij prachtige voorstellingen, die tot Beijing reiken. Maar ik kan evengoed de pianist Marnix van de Poll noemen of beeldend kunstenaar Pé Okx. Allen opvallende talenten.
Maar misschien is wel het allermooiste van het magazine dat zij aantoont dat mensen uit verschillende hoeken met vereende krachten en nauwelijks budget en tijd zoiets inspirerends kunnen neerzetten. Eenzelfde warm gevoel kreeg ik toen wij van Cinebergen een beroep deden op onze achterban van “Vrienden van” en dat zij die genereus beantwoordden, een steun die wij momenteel hard nodig hebben. Op eenzelfde onbaatzuchtige wijze reageerden de mensen die zich voor de Filmclub hadden ingeschreven en hun reeks al na de eerste bijeenkomst geaborteerd zagen. Ook de wijze waarop wij van Cinebergen in de wandelgang toekomstige plannen kunnen smeden met Kranenburgh en Holland Music Sessions is hartverwarmend.
Het zijn allemaal duwtjes in de rug die me deze week erg geholpen hebben om ondanks alle beperkingen weer met frisse moed de programmering van Cinebergen op te pakken. Maandag staan we weer voor u klaar met fijne films, in een veilige omgeving.
Lees meer

Cultuur als heilzame gekte (22 mei 2020)
In de westerse wereld wordt tijd gezien als een lineaire weg die onbetwist omhoog moet voeren. Geen dag van morgen mag verstoken zijn van nieuwe schone beloftes, bij voorkeur van materiele aard. Zelfs in tijden van heftige crises, zoals deze corona nu wel genoemd mag worden, blijft men ervan overtuigd dat de weg die wij westerlingen ingeslagen zijn, de enige juiste is.


Ook ik kan dat mallotige vooruitgangsdenken te vaak niet van me afschudden, zelfs als alles om me heen op losse schroeven komt te staan. Hoe recent was mijn voornemen om van de huidige corona-nood een deugd te maken. Ik troostte me met het vooruitzicht van klassieke boeken en films, ellenlange wandelingen en fietstochten, en vooral met het idee dat ik de tijd zou hebben om het gras te zien groeien tegen een prachtig muzikaal decor. Dat nieuwe, verstilde leven heeft inmiddels alweer plaats gemaakt voor een overbezette week die maling heeft aan corona beperkingen.
Zo trapte ik de maandag af met een inventarisatie van wat de distributeurs vanaf 1 juni, wanneer de theaters weer beperkt open mogen, te bieden hebben. Dat viel gelukkig behoorlijk mee; zeker gezien het feit dat men slechts schoorvoetend zijn paradepaardjes aan het grote publiek durft te presenteren. En dat kun je ze moeilijk kwalijk nemen, daar je in onze afstandszalen voorlopig niet meer dan 30 man mag herbergen en een kassucces dan per definitie is uitgesloten. Enkele veelbelovende titels die met het sluiten van de zalen half maart in de kiem werden gesmoord, zoals het inmiddels klassieke De Beentjes van Sint-Hildegard, Jane Austens Emma en Little Women zijn daarbij uiteraard van de partij, aangevuld met La Vérité met het Franse ster duo Deneuve en Binoche en Das Vorspiel met Duitslands grootste actrice Nina Hoss in de hoofdrol.
Morgen werp ik een blik op de ingenieuze wijze waarop de Cinebergen staf haar Zwarte Schuur zo ingedeeld heeft dat de bezoekers zich er veilig coronavrij kunnen bewegen. Op de middag verheug ik me, omdat de distributeur dan langs komt met het eerste exemplaar van de spectaculair verpakte, van 20 minuten extra’s voorziene dvd van mijn film over Arvo Pärt, Het Pärt Gevoel.
De woensdag trek ik me de ganse dag terug achter m’n laptop om door middel van een videoverbinding de studenten van het Media College in Amsterdam te kunnen examineren.
De donderdag wordt een uitgelezen dag om zoveel mogelijk filmische pareltjes los te weken bij de distributeurs. In de middag buig ik me vervolgens over een item dat ik beloofd heb te draaien voor het Cultureel Bergens Platform.
De rest van de week ga ik m’n uiterste best doen om de roman waar ik jarenlang liefdevol aan heb gewerkt aan de man te brengen. Eind van de maand moet ie in de winkel liggen.
In het volle besef dat de daarvoor beoogde bijeenkomsten in boekhandels en bibliotheken voorlopig van de baan zijn, ga ik me in andere, inventieve bochten wringen om er nog enige publiciteit voor te kunnen genereren.
Terug naar dat eerdergenoemde vooruitgangsdenken. In zekere zin ben ik daar natuurlijk ook slachtoffer van. Ook ik zie voortdurend de weg voor me geplaveid met tal van beloftevolle activiteiten. Maar godzijdank kan ik ze nog relativeren, daar zowel roman als dvd door omstandigheden in principe een mager vertrekpunt hebben.
Je moet immers in feite een beetje gek zijn om momenteel cultureel aan de weg te willen timmeren. Maar het is wel een gekte die heilzaam werkt, omdat zij mensen verenigt, onbaatzuchtigheid stimuleert en vooral inhoud aan je bestaan geeft. Waarden die in onze zich terugtrekkende samenleving steeds zeldzamer worden.
Lees meer

Cultuur als antistof! (8 mei 2020)
‘Maak van de nood een deugd’, met dat gezegde troostte ik me toen half maart als een donderslag bij heldere hemel duidelijk werd dat niet alleen Cinebergen op slot moest, maar dat de nakende april maand die ik me zo stralend had voorgesteld, van alle luister ontdaan bleek te zijn.


Daar ging die dan, mijn uitnodiging voor het filmfestival van Buenos Aires. Tot nader order uitgesteld. Dat gold ook voor het geplande Arvo Pärt Festival in Amsterdam, waar de DVD van mijn film ‘Het Pärt gevoel’ gepresenteerd zou worden. Waar ik minstens evenzeer naar uitkeek, was om al die kunstenaars die m’n film verrijkt hadden, daar in Amsterdam terug te mogen zien.
Zoals ik me ook kon verheugen op de mogelijkheid om met meerdere camera’s het Pärt concert van het Cello Octet Amsterdam te kunnen opnemen. Naast andere in april geplande opnamedagen heb ik haar met pijn in het hart uit mijn agenda moeten schrappen.
Daar hield de wet van Murphy evenwel niet op. Ik zou op meerdere plekken in het land mijn eerste roman ‘Waar schaduwen vallen’ gaan promoten. Een onhaalbare zaak uiteraard, als er geen boekhandel of bibliotheek meer open is.
Dat was dan de nood. Hoog tijd om die in een deugd om te zetten. Eerst dacht ik die te kunnen vinden in het grondig opruimen van wat zich in de loop der jaren tot in de kleinste uithoek van m’n kantoortje had opgestapeld. De bevrediging daarvan was echter maar van korte duur, omdat ik in de chaos zoveel onverwachte en onverwerkte ideeën aantrof dat ik er eerder gestrest dan ontspannen van werd.
Misschien was ik te haastig van start gegaan, met het idee om een lang verzuim goed te maken. Zoals ik me ook eindelijk voorgenomen had de laatste, liefst 1000 pagina’s tellende roman van mijn lievelingsschrijver Paul Auster te gaan lezen. Zoals ik ook per se elke avond een klassieker wilde lichten uit de stapel Dvd’s die ongedurig op me lagen te wachten. Resteerden tenslotte nog de zaken die in deze tijd slechts lange schaduwen vooruit werpen, vol geplamuurd dat ze zijn met onzekere ‘wat als’ veronderstellingen.
Kortom, ik kreeg alras het gevoel van de deugd eerder een nood gemaakt te hebben, en dat nam ik me, zeker daar ik me gezond van lijf en leden voelde, kwalijk.
Pas toen ik in een boekenprogramma de wijze woorden van de Frans-Bretonse schrijver Yann Queffélec vernam, besefte ik waar de schoen wrong. Queffélec en opvallend genoeg ook zijn collega-schrijvers in de uitzending maakten zich slechts druk om de verwarring en ellende waarin de hen omringende wereld was gestort. Zij konden buiten zichzelf treden en zich bekommeren om hun medemens. Met hun eigen leven zat het wel snor. ‘Al dat wat mij beperkt in deze tijden van lockdown, daar maak ik gewoon een vrije keuze van’, betoogde Queffélec.
Dat ‘vrije’ deed het hem; wat is immers een deugd zonder een gevoel van vrijheid? En vrijheid is onlosmakelijk verbonden met elke notie van cultuur.
Daarom zullen zij die cultuur omarmen meer bestand zijn tegen al die beperkingen waarmee we momenteel behept zijn dan al degenen die van mening zijn dat alles van waarde in het leven gereduceerd kan worden tot een marktproduct. Er is immers geen betere antistof voor crisistijden dan het vermogen om optimaal te kunnen genieten van film, muziek, theater, boeken of beeldende kunst.
Dat onze trouwe achterban die mening deelt, bewijst haar fantastische respons op onze oproep om Cinebergen door de crisis te helpen. Zij heeft me oprecht ontroerd!
Lees meer

Een film-utopie in crisistijd (1 mei 2020)
Als je lockdown-venster je televisie is, dan ben je er in ons land niet best aan toe. Meer dan een vergaarbak van loze opinieprogramma’s die je nog verder het corona-moeras induwen en slappe serie-programma’s is het niet.


Als er nog iets van cultuur om de hoek komt kijken, dan heeft het het gelaat van Jeroen Krabbé die immer op het spoor blijft van schilders uit het verleden. Resteert incidenteel het sleetse ‘Uur van de wolf’ en ‘Mondo’ op de zaterdagavond, waarvan de goede bedoelingen de futloosheid helaas niet kunnen compenseren, maar dat heeft uiteraard te maken met het wegvallen van alle culturele activiteiten.
Ik heb een goede suggestie voor al die fantasieloze netmanagers. Zet, zoals ze momenteel in Frankrijk doen, op één, twee of het liefst alle drie publieke zenders op primetime, zolang de crisis duurt, een klassieke film. In navolging van de Belgen, die dat slechts op de vrijdag- en zaterdagavonden doen, vul je het ene net met het meer commerciële werk en het andere met meer artistieke films. Dat mag variëren van films met Louis de Funès – zijn films breken momenteel alle kijkcijferrecords – tot aan de meesterwerken van Ingmar Bergman.
Talloze voordelen heeft dit. Onze steeds nauwer wordende horizon kan erdoor verruimd worden. We ontdekken nieuwe werelden, nieuwe verhalen, nieuwe filmers en nieuwe acteurs.
En jongeren die doorgaans de Pathé’s bezoeken, zullen hun ogen uitkijken en er zich over verbazen dat er ook nog een ander soort cinema is, want de Nederlandse TV blijkt een banvloek uitgesproken te hebben over de speelfilm op primetime. Wist u dat Franse films niet voor 12 uur ‘s nachts vertoond mogen worden?
Mijn educatie- workshops begin ik dan ook steevast met het vertonen van een ander soort cinema die de jongeren niet eerder gezien hebben. En welke ze vervolgens welwillend omarmen.
Wellicht – zo droom ik verder – zou er in ons zo weinig cinefiele land dan toch nog iets van een filmcultuur kunnen ontstaan. Want, geloof me, het is een heilige wet dat de grote cineasten groot geworden zijn niet door een filmacademie te bezoeken maar door dag in dag uit films te verslinden.
En dan zou deze verrekte crisis uiteindelijk toch ook nog een positief effect, hoe relatief ook, kunnen hebben; dat we eindelijk iets van een filmcultuur krijgen die filmers aflevert die op de grote festivals in de wereld een warm onthaal krijgen.
En dan zouden er, zodra de deuren van de Zwarte Schuur weer opengaan, tal van mensen Cinebergen komen bezoeken om zich te laven aan een cinema die zij thuis hebben leren kennen. En waar zij nu verzot op zijn!
Lees meer

De magie van de filmzaal (24 april 2020)
Hoe vaak is de cinema in de vorm van bioscoopbezoek al doodverklaard. Eerst was er de opkomst van de TV in de jaren ’50. Daar was toch geen kruid tegen gewassen. In grote paniek namen producenten hun toevlucht tot spektakelfilms vol massascènes die, geprojecteerd op reusachtige, bolvormige schermen, het huiskamerschermpje moesten wegconcurreren. Maar toen duidelijk werd dat films waarbij de inhoud prevaleert boven de vorm het erg goed aan de kassa bleven doen, kwam er weer wat rust in de tent.


Enkele decennia later spookte het weer toen de videoband zijn entree deed. Je kon je favoriete films niet alleen aanschaffen, je kon ze ook nog opnemen. Wederom werd de ondergang van de bioscoop voorspeld. En wederom was het loos alarm; het effect was zelfs averechts. De videoband had zowaar een positief effect op de populariteit van de film.
Schrikken bleef het toen de kwaliteit van de VHS overtroffen werd door de introductie van de DVD, en men vervolgens door de opkomst van het internet films kosteloos kon downloaden. Die schrik was steeds weer kortstondig, want het publiek gaf uiteindelijk toch de voorkeur aan het gezamenlijk beleven van een film. Met als gevolg dat afgelopen jaar nooit eerder zoveel mensen wereldwijd naar de bioscoop en de filmtheaters zijn gegaan.
Anno 2020 komt het gevaar uit een onverwachte, niet technologische hoek. De coronacrisis houdt de zalen al meer dan een maand gesloten, zodat we overgeleverd zijn aan de huiskamer en het futloze TV-aanbod compenseren door de films van de streamingdiensten te plunderen. Bange geesten voorspellen wederom de ondergang van de cinema, ook al omdat de geplande producties – ondergetekende is ook slachtoffer – voorlopig geannuleerd zijn. Maar dat is buiten het collectieve elan van de mens gerekend. De magie van het gezamenlijk beleven van een film in een donkere zaal met groot scherm en top geluid valt niet te overtreffen, heeft eeuwigheidswaarde. Hoe dat komt? Omdat de mens in weerwil van al die idioten die hem tot een zielloos consumerend individu willen reduceren in feite een in en in sociaal wezen is.
Lees meer

Pinocchio’s lange neus (10 april 2020)
Pinocchio met een lange neus waarop lieflijke lentevogels hun vleugels spreiden, de voorkant van ons programmablad van april vond ik één van de meest speelse die we in het bestaan van Cinebergen gemaakt hebben. Ook de programmering zelf, met een afgewogen mix van artisticiteit en entertainment uit alle windstreken, en een Paasweekend gewijd aan regisseur Claude Lelouch als kers op de taart, was er één om trots op te zijn. Helaas, de lange neus van Pinocchio werd bewaarheid: alle 24 aangekondigde films bleken zowaar een leugen te zijn en de vraag nu is wat en wanneer we daar nog iets van op het witte doek van Cinebergen mogen bewonderen.


Deze week, die van 6 april, zou ook degene zijn waarin ik me over de mei- programmering zou buigen. Het stond rood omrand in m’n agenda. Ik zou normaal gesproken er de vakbladen op naslaan en de screeners en trailers van de te verwachten films bestuderen. Ik zou wikken en wegen hoeveel documentaires we in één maand kunnen hebben. Op zoek gaan naar die bijzondere kinderfilms die aan de aandacht van de multiplexen ontsnappen. Publiekstrekkers afwisselen met de meer artistieke kleinoden.
Even niet dus, en dat doet pijn want het is een maandelijks ritueel dat ik koester. Wanneer we de boel weer kunnen oppakken is vooralsnog onduidelijk, maar rasoptimist die ik ben, heb ik de week tot aan mijn verjaardag op 10 mei nadrukkelijk gereserveerd om nieuwe filmpareltjes voor Cinebergen vast te leggen.
Lees meer