|
|
||||||||||
![]() |
|||||||||||
|
Where the Wild Things are Verenigde Staten, 2009, kleur, 101 minuten, scenario: Spike Jonze en Dave Eggers, regie: Spike Jonze, met: Max records, Catherine Keener, James Gandolfini. Regisseur Spike Jonze, bekend van fantasievolle films als Being John Malkovich en Adaptation, toont met Where the wild things are een geheel andere zijde van zijn immense talent. Jonze maakte de film naar het wereldberoemde boek van Maurice Sendak uit 1963, bij ons bekend onder de titel Max en de Maximonsters. Deze Amerikaanse schrijver staat bekend om zijn controversiële kinderboeken. Dit boek trok meteen de aandacht omdat het onder andere over ruzie gaat tussen ouders en kinderen, een onderwerp dat een halve eeuw geleden nog uit den boze was in kinderlectuur. Samen met de bekende Amerikaanse schrijver Dave Eggers heeft Jonze aan het prentenboek van Sendak, dat feitelijk maar tien zinnen bevat, een eigen invulling gegeven. Het is nu meer een coming of age-drama geworden. Max is een 9-jarige wildebras die het thuis niet langer kan bolwerken. Zijn puberzus heeft meer aandacht voor vriendjes dan voor hem en hij moet bovendien wennen aan de nieuwe vriend van zijn moeder. Na een stevige aanvaring met haar rent de in een wolvenpak gestoken Max naar buiten. Daar ziet hij een bootje, stapt erin, belandt op zee en spoelt aan op een eilandje, waar nogal gedeprimeerde monsters wonen. Ze dreigen hem op te eten, maar Max redt zijn leven door te bluffen dat hij een koning is. Na een tijdje komen de monsters erachter dat Max niet meer is dan een lefgozertje. Impusief is hij ook, grillig en dol op fysieke uitdagingen. Maar de kindertijd is geen idyllisch land van melk en honing. Jong zijn is ook een tijd van verwarring, schaamte en eindeloosheid. Where the wild things are neemt dat serieus, op een manier die zowel pijnlijk en verdrietig, troostrijk als baldadig is. Jonze’s film ziet er bovendien verbluffend mooi uit. De landschappen zijn oogstrelend. Nog imponerender zijn de drie meter hoge monsters. Dat ze gespeeld worden door basketbalspelers in vermomming versterkt het gevoel naar ‘levensechte’ monsters met menselijke emoties te kijken, en niet naar irritante digitale creaturen. (BN) |
||||||||||
|
|||||||||||