Das Weisse Band
Oostenrijk/Duitsland/Frankrijk/Italië, 2009, zw/w, 144 minuten, scenario: Michael Haneke met adviezen van Jean-Claude Carriere, regie: Michael Haneke, met: Christian Friedel. Ulrich Tukur, Burghart Klaussner, Leonie Benesch




Met zijn meesterlijke Das Weisse Band was het dan zover. Regisseur Michael Haneke kreeg er afgelopen mei in Cannes eindelijk de Gouden Palm voor. Eerder was Haneke in Cannes al geëerd met de Grand Prix voor La Pianiste in 2001 en als beste regisseur voor Caché in 2005. En zelden zag een jury het zo goed. Want Das Weisse Band mag inderdaad gezien worden als het magnum opus van Haneke.
In de imponerende openingsscène laat Haneke de dokter van het Noord-Duitse dorp Eichwald te paard in volle vaart tegen een onzichtbaar over de weg gespannen draad rijden. De man belandt met ernstige verwondingen in het ziekenhuis. Wie de draad spande, is onduidelijk. Het incident is het begin van een reeks mysterieuze gewelddadigheden die de bewoners van het Lutherse dorpje treft vlak voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog. De verteller van de dorpsgeschiedenis is een leraar, die jaren later terugblikt op zijn jaren in de streng hiërarchische half-feodale boerengemeenschap, waar baron, rentmeester, dominee en dokter de dienst uitmaken. Het dorp lijdt onder de in de naam des Heeren uitgeoefende mannelijke machtswellust. Vooral bij de dominee zien we dit in extreme vorm in zijn opvoeding terug. Elk teken van liefde is zwakte; hij pijnigt en vernedert zijn kinderen voor de kleinste wissewasjes en verplettert ze onder een immens schuldgevoel. Te laat thuiskomen wordt door de dominee bestraft met tien stokslagen. Wanneer de kinderen stokslagen krijgen, zoomt Haneke nadrukkelijk in op de aanloop daartoe: de oudste zoon Martin moet zelf de stok uit vaders werkkamer halen. De straf zelf vindt vervolgens achter gesloten deuren plaats, zoals alle fysieke geweld in Hanekes films. Ook moeten zijn kinderen rondlopen met een witte band om de arm, zodat ze herinnerd worden aan de bezoedeling van hun onschuld.
Haneke schetst een dorp waar politie overbodig is, waar door kruiperigheid, schaamte en schuld de gemeenschap in het gareel blijft en paranoia, angst en wraakzucht zich verspreiden als een virus. Alleen een boerenzoon komt in opstand. Hij wordt als communist in de dop het dorp uitgejaagd.
En zo onthult Haneke op onovertroffen wijze de voedingsbodem waarop fascisme, nazisme en terrorisme welig konden gedijen: de verabsolutering van welke religie of ideologie dan ook. Het is een thema dat altijd van belang is en dat altijd actueel zal zijn. Deze huiveringwekkende film met zijn vele gelaagdheden, die nog lang in je hoofd blijft nazinderen, zou eigenlijk vast onderdeel moeten zijn van ieders opvoeding. (BN)